Ademhalingsbescherming voor laswerkzaamheden kiezen

Ademhalingsbescherming voor laswerkzaamheden kiezen

Een lashelm klapt dicht, de boog gaat aan en de lasrook trekt precies langs uw gezicht omhoog. Juist op dat moment moet ademhalingsbescherming voor laswerkzaamheden kiezen geen gok zijn. Lasrook bevat fijne metaaldeeltjes die diep in de longen kunnen doordringen. Welke bescherming nodig is, hangt af van het lasproces, het materiaal, de werkplek en de duur van het werk.

Begin met de bron en de werkplek

Ademhalingsbescherming is een aanvulling op bronafzuiging en ventilatie, geen vervanging daarvan. Zorg daarom eerst dat lasrook zo dicht mogelijk bij de las wordt afgezogen. Werkt u in een werkplaats met goede ruimteventilatie en puntafzuiging, dan is de blootstelling anders dan bij montagewerk op locatie, in een tank of onder een machine.

De risico-inventarisatie en -evaluatie bepaalt welke bescherming passend is. Kijk daarbij niet alleen naar zichtbaar rookpluimen. Ook bij dun plaatwerk, RVS, verzinkt staal en langdurig lassen kunnen concentraties schadelijke stoffen oplopen. De gebruikte toevoegmaterialen, coatings en reinigingsmiddelen spelen eveneens mee.

Bij laswerk in een besloten ruimte geldt extra voorzichtigheid. Zuurstoftekort, ophoping van gassen of onbekende verontreiniging lost u niet op met een stoffilter. In die situatie is een onafhankelijke luchttoevoer of ademluchttoestel nodig, na beoordeling van de werkplek en het werkplan.

Ademhalingsbescherming voor laswerkzaamheden kiezen per risico

Voor de meeste gangbare laswerkzaamheden is lasrook het belangrijkste risico. Die rook bestaat uit zeer fijne deeltjes. Een P3-filter of een goed passend FFP3-masker biedt een hoog niveau van bescherming tegen deze deeltjes. Wel is er een praktisch verschil tussen beide oplossingen.

Een wegwerp FFP3-masker volgens EN 149 is geschikt voor kortdurend of incidenteel werk, mits het masker goed aansluit. Kies bij voorkeur een uitvoering met uitademventiel wanneer de werkomstandigheden dat toelaten. Dat vermindert warmte en vocht in het masker. Voor intensief werk kan een herbruikbaar halfgelaatsmasker met P3-deeltjesfilters prettiger en op termijn voordeliger zijn. Losse filters volgens EN 143 zijn vervangbaar, waardoor u niet steeds het hele masker hoeft te vervangen.

Bij langdurig lassen, warm werk of werkzaamheden waarbij een laskap continu wordt gedragen, is een aangedreven ademhalingssysteem vaak de betere keuze. Zo'n systeem blaast gefilterde lucht onder de lashelm. Dit verlaagt de ademweerstand en helpt om comfortabeler te werken tijdens een lange dienst. Let op de classificatie volgens EN 12941 of EN 12942 en kies een systeem dat past bij de vereiste beschermingsfactor.

Lasrook is niet altijd alleen fijnstof

Bij het lassen van RVS kunnen verbindingen van chroom en nikkel vrijkomen. Bij verzinkt materiaal is zinkoxide een bekend risico. Oude verflagen, coatings en ontvetters kunnen daarnaast extra schadelijke dampen of gassen veroorzaken. Een P3-filter beschermt uitsluitend tegen deeltjes, niet automatisch tegen gassen en dampen.

Zijn er naast lasrook ook gassen of organische dampen aanwezig, dan kan een combinatiefilter nodig zijn. Gasfilters vallen onder EN 14387 en zijn ingedeeld op type gas of damp. De juiste keuze vraagt kennis van de stoffen op de werkplek. Kies daarom niet op gevoel voor een willekeurig combinatiefilter. Controleer veiligheidsinformatiebladen, de RI&E en de instructie van de fabrikant. Bij onbekende of hoge concentraties is filtrerende ademhalingsbescherming vaak niet toegestaan of niet voldoende.

Pasvorm bepaalt de werkelijke bescherming

Een hoogwaardig filter helpt weinig als lucht langs de rand van het masker naar binnen lekt. Een halfgelaatsmasker of volgelaatsmasker moet goed op het gezicht afsluiten. Baardgroei, stoppels en zelfs de vorm van de neusbrug kunnen die afdichting verstoren. Wie een strak aansluitend masker draagt, moet op het afdichtende deel van het gezicht gladgeschoren zijn.

Voer altijd een pasvormcontrole uit voordat u begint. Bij een masker met filters sluit u de inlaat af en ademt u voorzichtig in. Het masker moet licht tegen het gezicht trekken zonder dat u lucht langs de randen voelt. Voor organisaties waar medewerkers vaak ademhalingsbescherming dragen, is een formele fit test een verstandige stap. Daarmee controleert u of het gekozen model werkelijk bij de drager past.

Een aangedreven systeem met kap of lashelm werkt anders. Daar is geen strakke gelaatsafdichting nodig, wat voor sommige dragers praktischer is. Daar staat tegenover dat u moet letten op batterijduur, luchtstroom, de conditie van afdichtingen en de juiste combinatie van helm, slang, motorunit en filter.

Kijk verder dan alleen de normering

Een ademhalingsmiddel moet ook passen bij het werk. Een masker dat tegen de lashelm aandrukt, beslaat sneller of uw bewegingsvrijheid beperkt, wordt in de praktijk eerder verkeerd gedragen. Controleer daarom de combinatie met laskap, veiligheidsbril, gehoorbescherming en eventuele helm.

Let bij de keuze op deze vier praktische punten:

  • De lasmethode en het materiaal: MIG/MAG-, TIG- en elektrode lassen geven verschillende hoeveelheden rook. RVS, verzinkt staal en gecoat materiaal vragen extra aandacht.
  • De duur en frequentie: een FFP3-masker kan passen bij een korte klus, terwijl dagelijks productiewerk meestal om een herbruikbaar of aangedreven systeem vraagt.
  • De werkplek: binnen, buiten, op hoogte, in krappe ruimten of in een besloten ruimte stellen elk andere eisen aan comfort en bescherming.
  • De combinatie met andere PBM: de laskap moet goed sluiten zonder het masker te verschuiven en de totale uitrusting moet veilig te dragen zijn.
Een volgelaatsmasker kan naast de ademhaling ook de ogen beschermen tegen bepaalde blootstelling, maar vervangt niet automatisch de oog- en gezichtsbescherming die voor laswerk nodig is. De lashelm moet passend zijn voor de gebruikte lasmethode en het vereiste zichtniveau bieden.

Gebruik en onderhoud zijn onderdeel van de keuze

Filters hebben geen onbeperkte levensduur. Een deeltjesfilter vervangt u wanneer de ademweerstand merkbaar toeneemt, het filter beschadigd of vervuild is, of de fabrikant een vervangmoment voorschrijft. Gebruik geen beschadigde, natte of vervormde filters. Bewaar masker en filters schoon, droog en afgesloten wanneer ze niet in gebruik zijn.

Gas- en combinatiefilters vragen nog meer discipline. Hun gebruiksduur hangt af van de concentratie, luchtvochtigheid, ademfrequentie en blootstellingsduur. Ruikt u een stof door het masker heen, verlaat dan direct de blootgestelde zone en vervang het filter volgens de geldende procedure. Wacht niet tot een filter zichtbaar versleten is.

Reinig herbruikbare maskers na gebruik volgens de voorschriften. Controleer ventielen, hoofdbanden, gelaatsstuk en aansluitingen. Bij aangedreven systemen hoort daar ook een controle van accu, luchtstroom en alarmfunctie bij. Een systeem dat in de bus of werkplaats stof ligt te verzamelen, biedt geen betrouwbare bescherming op het moment dat u moet lassen.

Een keuze die op de werkdag moet passen

De beste ademhalingsbescherming is de bescherming die aantoonbaar past bij het risico én die u gedurende de hele klus correct kunt dragen. Voor een incidentele lasreparatie kan een goed aansluitend FFP3-masker voldoende zijn. Voor dagelijks laswerk met hoge rookbelasting ligt een herbruikbaar P3-masker of aangedreven lashelm vaak meer voor de hand. Bij twijfel over materiaal, coatings of werkplekcondities is persoonlijk advies verstandig. Supply Store helpt professionals graag om PBM, laskap en de rest van de uitrusting praktisch op elkaar af te stemmen.

Terug naar blog