Gids voor EN388-handschoenen voor vakmensen
Share
Een scherpe plaatrand, ruwe pallet, splinterend materiaal of een mes bij montage: handletsel ontstaat vaak in een fractie van een seconde. Met deze gids voor EN388 handschoenen leest u wat de cijfers en letters op het pictogram betekenen en hoe u die vertaalt naar uw dagelijkse werk. Want een handschoen met de hoogste score is niet automatisch de beste keuze. De juiste bescherming moet passen bij het risico, maar ook voldoende grip en gevoel bieden om veilig te kunnen werken.
Wat zegt de EN 388-norm?
EN 388 is de Europese norm voor handschoenen die beschermen tegen mechanische risico's. Denk aan slijtage, snijden, scheuren, perforatie en, bij sommige modellen, stoten. Op de handschoen of verpakking staat een schildvormig pictogram met daaronder meestal vier cijfers, een letter en soms een extra letter.
De actuele normering is EN 388:2016+A1:2018. De code maakt bescherming vergelijkbaar, maar zegt niet alles over de toepassing. Een handschoen kan bijvoorbeeld zeer goed snijbestendig zijn, maar minder geschikt voor fijn montagewerk. Ook bescherming tegen chemicaliën, hitte of kou valt niet onder EN 388. Daarvoor zijn aanvullende normen nodig.
De markering ziet er bijvoorbeeld zo uit: 4X43C P. Elk teken verwijst naar een aparte test. Een X betekent dat de betreffende test niet is uitgevoerd of niet van toepassing is.
Slijtvastheid: eerste cijfer van 0 tot 4
Het eerste cijfer geeft de weerstand tegen schuren aan. Bij deze test wordt het materiaal tegen schuurpapier bewogen totdat er een gat ontstaat. Klasse 4 biedt de hoogste slijtvastheid.
Voor magazijnwerk, orderpicken, bouwlogistiek en werk met ruwe materialen is een hogere slijtvastheid vaak relevant. Werkt u vooral met kleine onderdelen in een droge, schone omgeving, dan kan comfort en vingergevoeligheid zwaarder wegen dan de maximale score.
Snijweerstand: tweede cijfer van 0 tot 5
Het tweede cijfer komt uit de zogenoemde coup-test. Een ronddraaiend mes beweegt met vaste druk over het handschoenmateriaal. De score loopt van 0 tot 5.
Deze test is bruikbaar voor standaard materialen, maar minder betrouwbaar bij zeer snijbestendige vezels. Die kunnen het testmes bot maken, waardoor de uitslag ongunstig wordt beïnvloed. Daarom moet u bij snijrisico altijd ook naar de letter achter de vier cijfers kijken: de TDM-snijtest.
Scheurweerstand: derde cijfer van 0 tot 4
Dit cijfer laat zien hoeveel kracht nodig is om het materiaal verder in te scheuren. Een hoge score is praktisch bij werkzaamheden waarbij de handschoen achter ruwe randen, hout, kabels of verpakkingsmateriaal kan blijven haken.
Scheurweerstand voorkomt geen snijwond door een scherp mes of een metalen rand. Het is een aanvullende eigenschap. Beoordeel daarom altijd de volledige code, niet één cijfer afzonderlijk.
Prikweerstand: vierde cijfer van 0 tot 4
De vierde waarde gaat over weerstand tegen perforatie door een stompe punt. Denk aan een spijker, draad of harde rand. Klasse 4 is de hoogste score binnen deze test.
Let op: deze test is geen bewijs dat een handschoen veilig is voor injectienaalden, zeer fijne metalen splinters of scherpe punten. Voor zulke specifieke risico's is een gerichte risicoanalyse nodig. Een hoge prikscore vervangt ook geen snijbescherming.
TDM-snijniveau: letter A tot F
De letter A tot en met F is voor veel technische beroepen de belangrijkste waarde. Deze TDM-test meet hoeveel kracht nodig is om met een recht mes door het materiaal te snijden. Niveau A biedt de laagste en niveau F de hoogste snijweerstand.
Bij werkzaamheden met plaatmateriaal, glas, scherpe metalen profielen, kabels, messen of onderdelen met bramen is deze letter leidend. In de praktijk geldt vaak het volgende: hoe hoger het snijniveau, hoe groter de kans dat de handschoen dikker of stugger aanvoelt. Moderne garens en coatings beperken dat verschil, maar volledig verdwijnen doet het niet.
Kies daarom niet blind voor F. Voor lichte assemblage kan niveau B of C voldoende en prettiger zijn. Bij het hanteren van scherpe plaatdelen of glas kan niveau D, E of F nodig zijn, afhankelijk van de snijkans en de kracht waarmee u het materiaal vastpakt.
Impactbescherming: de letter P
Een P achter de code betekent dat de knokkels een impacttest hebben doorstaan. Dit is relevant voor monteurs, steigerbouwers, werk in zware industrie en werkzaamheden waarbij handen tegen harde delen, gereedschap of materialen kunnen stoten.
De P is geen algemene garantie tegen elke kneuzing. Controleer of de beschermende delen juist zitten en of ze uw handbeweging niet hinderen. Bij precisiewerk kan extra knokkelbescherming onpraktisch zijn.
EN388-handschoenen kiezen op basis van het werk
Een goede keuze begint niet bij de hoogste normscore, maar bij de vraag wat er tijdens het werk werkelijk mis kan gaan. Een magazijnmedewerker die dozen en pallets verwerkt heeft andere bescherming nodig dan een installateur die kabels afmantelt of een metaalbewerker die plaatwerk verplaatst.
Breng eerst de risico's in kaart: scherpe randen, slijtage, olie, vocht, splinters, warmte, chemische stoffen of vallende delen. Kijk vervolgens naar de duur van het werk en de benodigde precisie. Een handschoen die bij kort, zwaar werk goed functioneert, kan bij een hele dienst te warm, te dik of te vermoeiend zijn.
Voor veel voorkomende situaties helpt deze praktische indeling:
- Bij assemblage, montage en fijnmechanisch werk zijn een goede pasvorm, hoog tastgevoel en een dunne PU- of nitrilcoating vaak doorslaggevend. Kies het snijniveau dat bij het materiaal past, zonder onnodig dikke voering.
- Bij bouw, metaal en installatie is snijbescherming vaak belangrijker. Let op TDM-niveau C tot en met F wanneer u regelmatig scherpe plaatranden, profielen of bramen vastpakt.
- Bij magazijn en logistiek spelen grip, slijtvastheid en ademend vermogen meestal een grote rol. In droge omstandigheden werkt PU vaak prettig; bij olieachtige of vochtige delen biedt nitril doorgaans meer grip.
- Bij buitenwerk en ruw materiaal zijn coating, voering en weersomstandigheden bepalend. Een handschoen moet beschermen zonder dat natte of koude handen uw controle over gereedschap verminderen.
Coating en pasvorm bepalen de praktijkwaarde
De norm vertelt hoe het handschoenmateriaal in een test presteert. De coating bepaalt voor een groot deel hoe veilig en comfortabel de handschoen in uw hand ligt. PU is dun, soepel en geschikt voor nauwkeurig werk in droge omstandigheden. Nitril is slijtvast en biedt vaak goede grip bij olie en vet. Latex geeft veel grip op droge of natte oppervlakken, maar is niet voor iedere drager geschikt vanwege een mogelijke latexallergie.
Een handschoen moet strak genoeg aansluiten om niet te draaien, maar mag de vingers niet afknellen. Te groot betekent minder controle en meer kans dat u achter een onderdeel blijft haken. Te klein geeft vermoeide handen en kan de handschoen sneller laten slijten.
Let ook op de lengte van de manchet. Een korte manchet is praktisch bij algemene werkzaamheden. Een langere manchet biedt extra dekking bij scherpe randen, vuil of risico rond de pols. Als er draaibare machines in het spel zijn, gelden vaak specifieke werkplekinstructies: loshangende kleding en handschoenen kunnen dan juist gevaar opleveren.
Wanneer EN 388 alleen niet genoeg is
Mechanische bescherming is slechts één onderdeel van handveiligheid. Werkt u met reinigingsmiddelen, oplosmiddelen, olie, zuren of andere chemicaliën, kijk dan ook naar EN ISO 374. Bij contact met hete onderdelen, laswerk of hittebronnen is EN 407 relevant. Voor koude omstandigheden kan EN 511 nodig zijn.
Een handschoen met een hoge EN 388-score kan dus ongeschikt zijn voor een chemische toepassing of juist onvoldoende bescherming bieden tegen contactwarmte. Controleer altijd de volledige normering en de gebruiksinstructie. De werkgever moet op basis van de RI&E bepalen welke PBM nodig zijn; als zelfstandige doet u er goed aan dezelfde beoordeling per klus te maken.
Vervangen, reinigen en controleren
Zelfs de juiste handschoen beschermt minder zodra de coating versleten is, de voering beschadigd raakt of er scheuren ontstaan. Controleer handschoenen daarom vóór gebruik, vooral bij snijwerk. Vervang ze direct bij gaten, loslatende coating, harde plekken of duidelijke slijtage aan duim en vingertoppen.
Wasbare modellen gaan langer mee als u de wasinstructie volgt. Te heet wassen, drogen op een warmtebron of contact met verkeerde reinigingsmiddelen kan vezels en coating aantasten. Bewaar handschoenen droog en uit direct zonlicht. Een paar reservehandschoenen op de werkplek voorkomt dat medewerkers noodgedwongen met versleten bescherming doorwerken.
Wie twijfelt tussen twee EN388-handschoenen, doet er goed aan eerst het materiaal, de grip en het vereiste snijniveau naast de eigen werkzaamheden te leggen. Bij Supply Store helpen duidelijke normeringen en persoonlijk advies om een keuze te maken die niet alleen op papier klopt, maar ook na een lange werkdag prettig en veilig blijft.