Vlamvertragende werkkleding normering uitgelegd

Vlamvertragende werkkleding normering uitgelegd

Een overall die bij een lasvonk niet ontbrandt, is iets anders dan kleding die bescherming biedt bij kort contact met vlammen, vloeibaar metaal of een elektrische vlamboog. Daarom draait vlamvertragende werkkleding normering niet om één algemeen keurmerk. De juiste norm hangt af van het risico op uw werkplek, de werkzaamheden en de complete kledinglaag die u draagt.

Voor monteurs, lassers, onderhoudsmedewerkers en industriële vakmensen is die keuze praktisch én veiligheidskritisch. Een verkeerde combinatie van kleding kan bij een incident extra letsel veroorzaken. Met de juiste certificering, pasvorm en onderhoudsinstructies werkt u veiliger zonder onnodig comfort in te leveren.

Wat betekent vlamvertragend precies?

Vlamvertragende werkkleding is ontworpen om niet snel vlam te vatten en om verspreiding van vuur te beperken. De stof dooft doorgaans nadat de ontstekingsbron is weggenomen. Dat betekent niet dat de drager volledig ongevoelig is voor hitte of vuur. De kleding geeft tijd om weg te komen van de bron en beperkt de kans dat kleding zelf blijft branden.

Er zijn grofweg twee manieren waarop een stof deze eigenschap krijgt. Bij inherent vlamvertragende kleding zit de bescherming in de vezel zelf. Deze eigenschap blijft in principe gedurende de levensduur aanwezig, mits de kleding volgens voorschrift wordt gewassen. Bij behandeld katoen of een blend is een vlamvertragende finish aangebracht. Ook die kan goed beschermen, maar de maximale levensduur en wasvoorschriften verdienen extra aandacht.

Kijk dus niet alleen naar de term ‘vlamvertragend’ op het etiket. De EN-norm en de opgegeven beschermingscodes vertellen tegen welk risico het kledingstuk is getest.

Vlamvertragende werkkleding normering per risico

De meeste professionele kleding is gecertificeerd volgens meerdere normen. Dat is logisch: iemand die in de industrie last, kan bijvoorbeeld tegelijk te maken hebben met vlammen, hitte, metaalspatten en elektrostatische ontlading. Hieronder staan de normen die u het vaakst tegenkomt.

EN ISO 11612: hitte en vlammen

EN ISO 11612 is de belangrijkste norm voor kleding die beschermt tegen hitte en vlammen. Deze norm is bedoeld voor werknemers die kortdurend blootstaan aan hitte, vuur of hete materialen, bijvoorbeeld in de metaalindustrie, petrochemie, onderhoud of bij industriële installaties.

Op het label staan naast EN ISO 11612 letters met cijfers, zoals A1, B1, C1 of E2. Elke letter verwijst naar een specifieke test. A staat voor beperkte vlamverspreiding, B voor convectiehitte, C voor stralingswarmte, D en E voor gesmolten aluminium of ijzer en F voor contacthitte. Hoe hoger het cijfer, hoe hoger de geteste beschermingsklasse binnen dat onderdeel.

Welke code nodig is, volgt uit de RI&E en de werkplekinstructie. Voor incidenteel werk nabij warmte is een andere combinatie passend dan voor werk dicht bij ovens, gietprocessen of hete leidingen. Meer codes is niet automatisch beter als de kleding daardoor te zwaar of te warm wordt voor het dagelijks werk.

EN ISO 11611: lassen en verwante werkzaamheden

Voor lassers is EN ISO 11611 de relevante norm. Deze kleding beschermt tegen kleine spatten gesmolten metaal, kortdurend contact met vlammen en stralingswarmte door het lasproces. De norm kent twee klassen.

Klasse 1 is bedoeld voor minder risicovolle laswerkzaamheden met beperkte spatten. Klasse 2 is nodig wanneer meer metaalspatten, hogere warmtestraling of zwaardere lastechnieken te verwachten zijn. Denk aan handmatig lassen, bovenhands lassen of werkzaamheden in krappe ruimten waar u niet snel kunt wegstappen.

Een lasjas met EN ISO 11611 vervangt niet altijd aanvullende PBM. Lashelm, lashandschoenen, veiligheidsschoenen en eventueel leren beschermers blijven afhankelijk van de taak nodig. Zorg ook dat zakken gesloten zijn en omslagen, losse mouwen of open manchetten geen spatten kunnen opvangen.

EN 1149-5: elektrostatische eigenschappen

In omgevingen met brandbare gassen, dampen of stoffen kan een elektrostatische ontlading een ontstekingsbron zijn. EN 1149-5 geeft aan dat de kleding elektrostatische lading kan afvoeren, mits deze correct wordt gedragen als onderdeel van een geaard systeem.

Deze norm wordt vaak gecombineerd met EN ISO 11612 in bijvoorbeeld de petrochemie, opslag van brandbare stoffen en bepaalde productieomgevingen. Antistatische kleding is geen vrijbrief om in een explosiegevaarlijke zone elke handeling uit te voeren. De werkgever moet de zone, ontstekingsbronnen en procedures afzonderlijk beoordelen.

IEC 61482-2: bescherming bij elektrische vlambogen

Werkzaamheden aan of nabij elektrische installaties kunnen een vlamboog veroorzaken. Daarbij komen extreem hoge temperaturen en druk vrij. Kleding volgens IEC 61482-2 is getest op bescherming tegen de thermische gevolgen van zo’n elektrische vlamboog.

U ziet vaak twee testmethoden. De open-arc-test vermeldt een waarde in cal/cm², zoals een ATPV- of EBT-waarde. Die waarde moet passen bij de berekende incidentenergie van de installatie. De box-test werkt met klasse 1 of klasse 2. Klasse 2 biedt bescherming bij een zwaardere testconditie dan klasse 1.

Vergelijk deze waarden niet los van de werksituatie. Alleen een bevoegde risicoanalyse bepaalt welke arc-rating of klasse nodig is. Ook onderkleding telt mee: smeltbare synthetische shirts of ondershirts kunnen bij hitte aan de huid kleven. Kies bij dit risico voor geschikte, niet-smeltende onderlagen en draag de kleding gesloten.

De volledige set bepaalt de bescherming

Een gecertificeerde jas beschermt niet goed wanneer daaronder een niet-gecertificeerde hoodie met polyester wordt gedragen. Hetzelfde geldt voor een open rits, opgestroopte mouwen of een broek die niet over de veiligheidsschoen valt. Bij hitte- en vlamrisico’s moet de kleding als systeem worden bekeken.

Combineert u vlamvertragende kleding met hoge zichtbaarheid? Dan is vaak ook EN ISO 20471 van toepassing. Let erop dat reflecterende striping, logo-opdruk en eventuele personalisatie de certificering niet aantasten. Borduring, transfers en emblemen moeten geschikt zijn voor de toepasselijke norm en volgens de voorschriften worden aangebracht.

Voor bedrijven met meerdere functies is een kledingplan verstandig. Een magazijnmedewerker heeft mogelijk alleen hoge zichtbaarheid nodig, terwijl een storingsmonteur in dezelfde organisatie ook vlamboogbescherming nodig heeft. Eén standaardpakket voor iedereen lijkt eenvoudig, maar is vaak óf onvoldoende óf onnodig kostbaar.

Let bij aanschaf op deze praktische punten

Controleer eerst de normering op het label en in de productinformatie. Kies vervolgens de beschermingsklasse die uit de RI&E, werkvergunning of veiligheidsinstructie volgt. Bij twijfel is het verstandig om de werkzaamheden en risico’s concreet te benoemen: lassen, slijpen, schakelen, werken aan gasinstallaties of onderhoud bij hete processen vragen ieder om een andere beoordeling.

Pasvorm is vervolgens meer dan comfort. Kleding moet voldoende bewegingsruimte bieden zonder te wijd te zijn. Te strakke kleding kan sneller scheuren en beperkt de luchtlaag die mede bescherming biedt tegen hitte. Te losse kleding vergroot juist het risico op blijven haken of contact met een vlambron. Sluitingen, manchetten en kraag moeten goed sluiten tijdens het werk.

Kijk ook naar de gebruiksfrequentie. Voor dagelijks intensief gebruik zijn slijtvastheid, beschikbare maten en de mogelijkheid om bij te bestellen relevant. Zeker bij teams is het handig als dezelfde gecertificeerde lijn beschikbaar blijft. Supply Store kan daarbij helpen met passende kleding, maatvoering en veilige personalisatie voor een uniforme uitstraling.

Wassen, repareren en vervangen

Vlamvertragende werkkleding behoudt haar beschermende werking alleen bij correct onderhoud. Volg altijd het wasetiket. Gebruik geen bleekmiddel, wasverzachter of middelen die een laag op de vezel achterlaten, tenzij de fabrikant dit expliciet toestaat. Vuil, olie en vet kunnen de brandbaarheid verhogen, dus laat vervuilde kleding tijdig reinigen.

Reparaties vragen eveneens aandacht. Een willekeurig lapje stof of standaard naaigaren kan de bescherming plaatselijk verminderen. Laat reparaties uitvoeren met materialen en methoden die passen bij de certificering. Inspecteer kleding regelmatig op scheuren, dunne plekken, beschadigde reflectie, vervuiling en defecte sluitingen.

Vervang een kledingstuk na ernstige blootstelling aan vlammen, hitte of een elektrische vlamboog, ook als de schade beperkt lijkt. De beschermende eigenschappen kunnen zijn aangetast zonder dat dit direct zichtbaar is. Een helder uitgifte-, was- en vervangbeleid voorkomt dat versleten PBM ongemerkt in gebruik blijven.

De juiste norm op het label is het begin. De veilige keuze ontstaat pas wanneer normering, werkplekrisico, complete kledingcombinatie en onderhoud op elkaar aansluiten. Daarmee draagt u kleding die niet alleen aan een eis voldoet, maar ook echt doet wat nodig is wanneer het erop aankomt.

Terug naar blog